Bidden op Joodse wijze

In de Synagoge (Sjoel) wordt veel gezongen, gelezen en gebeden.

Het is een:

Na de verwoesting van de tempel zijn er, daar de offers niet meer gebracht konden worden, ter vervanging daarvan veel gebeden bijgekomen.

Bidden als offer

Bidden wordt gezien als een dienst van het hart: avodo sje balev

Het merendeel van de gebeden zijn lofzangen op de Eeuwige, (Tehilim (Psalm) 19:15) en worden ook als een offer naar Hem opgezonden (Tehilim 141:1,2).

Twee vormen van gebed

Binnen het Jodendom praktiseert men twee vormen van bidden:
het empathisch gebed en het expressief gebed.

Onder empathisch gebed wordt verstaan de vaststaande gebeden (formuliergebeden) met als voorbeeld de volgende: het Kaddiesj, Amida, Alenoe, Birkat haMazon (gebed na de maaltijd).
Binnen de Messiaanse stroming in het Jodendom leest men ook het 'Onze Vader', zoals uitgesproken door Jesjoea uit Natzeret (Mattijahoe 6:9-13).

Door de eeuwen heen blijken de vaste gebeden gelovigen te helpen zich op de Eeuwige te richten. Bij het lezen van deze gebeden gebeurt het regelmatig dat er een persoonlijke spontane gedachte opkomt en wordt uit gesproken: Het spontane gebed. Dit wordt het expressiegebed genoemd. In de samenkomst wordt veel gemeenschappelijk gebeden, er wordt dan ook hoofdzakelijk empathisch gebeden.

Samenvattend kan gezegd worden:

Het spontane gebed ontstaat als we een behoefte voelen iets aan de Eeuwige voor te leggen. Het heeft te maken met wat ons beweegt, onze stemming.

Het vaststaande gebed: we lezen het geschrevene en verbinden ons daar mee.

Gebedstijden

Van oudsher zijn er drie gebedstijden, zoals er ook drie offers per dag werden gebracht, waarbij het avondoffer het verbranden van de resten van de overige offers inhield.

Als motivatie voor de drie gebedstijden wordt ook wel Daniel aangehaald Dan.6:11).

We zien ook dat er in de Beriet Chadasja ( Vernieuwde Verbond) sprake is van gebedstijden (zie: Hand. 1:14; 2:42; 3:1).

Zo kennen we het :

Rabbi Mosje Maimonides (Rambam) 1135-1204 NGJ* leerde: Een ieder hoort elke dag te bidden, de Heilige, gezegend is Hij, te loven, te prijzen en Hem te danken voor het goede.

Alle Joodse standaardgebeden zijn rechtstreeks tot de Eeuwige gericht.

Allerlei vormen worden bij het bidden gebruikt zoals voorbeden, smeekbeden, aanbidding enz. We zien ook verschillen vormen terug bij de Jood Sjaoel (Paulus) in zijn brief aan Timotheus (1Tim.2:1).

Wanneer een gebedsdienst?

Binnen het Jodendom is er een minjan nodig voor een gemeenschappelijke gebedsdienst.

De minjan ( het vereiste aantal) is binnen de orthodox joodse gemeente 10 joodse mannen vanaf 13 jaar (Barmitzwa). Binnen de liberaal joodse gemeenten gelden voor dit quotum ook joodse meisjes vanaf 12 jaar(Batmitzwa).

Binnen de Messiaanse gemeenschappen heeft men daar geen regel voor en wordt sjoel gehouden met een ieder die gelooft in Jesjoea als de Messias.

Bewegingen

De bewegingen die vaak gedaan worden tijdens het dawenen (bidden), wordt ook wel schommelen genoemd, het heen en weer zwaaien van het lichaam (In het Jiddisj: sjokkelen). Van Rabbi Akiva ( 50-135 NGJ*) wordt gezegd dat hij tijdens het gebed de hele ruimte waar hij zich bevond doorsjokkelde.

Bij het bidden met of zonder bewegingen is het van belang dat er Kavana is: overgave, de juiste intentie.

Soms worden gebeden hardop gelezen en soms in stilte.

Een deel van het Amida-gebed wordt in stilte gelezen waarbij de lippen wel worden bewogen en je jezelf zachtjes mag horen. Denk aan Hanna (1Sjemoeel ( Sam.) 1:2)

Er wordt soms zittend en soms staand gebeden en doorgaans worden de ogen open gehouden, daar de meeste gebeden worden gelezen. Ook komt het voor dat de handen tijdens het bidden opgeheven worden. Ze worden doorgaans niet gevouwen.

Bij het lezen van het Sjema Jisraeel worden de ogen bedekt.

G.B. mei 2009

LS - liberale Siddoer (letterlijk: volgorde, gebedenboek)

NGJ - na de gewoonlijke jaartelling

Overzicht