Rosj Hasjaná

Rosj Hasjana (רֹאשׁ הַשָּׁנָה) is de joodse nieuwjaarsdag, valt op de eerste dag van de zevende maand, tisjri Le v. 23:24
Volgens de traditie is de wereld geschapen op Rosj Hasjana, en zal die ook worden geoordeeld op Rosj Hasjana.

Na de dienst in de synagoge wenst men elkaar toe: ‘moge u voor een goed nieuwjaar opgeschreven zijn’. Bij de maaltijd wordt een stukje zoete appel in honing gedoopt en gegeten, waarbij de wens uitgesproken wordt dat het een ‘zoet’ en goed jaar zal worden.

Rosj Hasjana is vooral een dag van inkeer en verootmoedi­ging. In de maand ervoor, Elloel, bereidt men zich al voor: er worden bijzondere gebeden om vergeving (slichot) gezegd en er wordt al op de sjofar geblazen.
Velen zijn gewoon om op Rosj Hasjana naar een zee of rivier te gaan om daar symbolisch, Micha 7:18-20 citerend, de zonden van zich af te schudden, de zakken en kleren uit te schudden, om ‘de zonden te werpen in de diepten der zee’.

Rosj Hasjana is zelf ook weer in zekere zin voorbereiding op de Grote Verzoendag. Het is de eerste van ‘de tien geduchte dagen’, ook wel ‘de tien dagen van omkeer/bekering’ genoemd. Op Rosj Hasjana neemt het sjofar-blazen een centrale plaats in; op jom kippoer klinkt het nog eens, dan als afsluiting van een bijzondere dag en tijd.

Overzicht